In het Kijk en Luistermuseum staat dit jaar een bijzondere
tentoonstelling centraal: ‘Kleine wereld. Groot plezier’. Tot en met 24 oktober
worden bezoekers ondergedompeld in de kleurrijke geschiedenis van Playmobil,
een van de bekendste speelgoedmerken ter wereld.
Door René Hazeleger
De expositie biedt een uitgebreid overzicht van vijftig jaar
speelgoedplezier. Tussen de vitrines en opstellingen duiken ridders, indianen,
kastelen en voertuigen op, naast zeldzame verzamelsets die voor veel
liefhebbers een feest van herkenning vormen. Tegelijkertijd vertelt de
tentoonstelling het verhaal achter het succes: hoe het speelgoed in de jaren
zeventig in Duitsland ontstond en uitgroeide tot een wereldwijd fenomeen.
De opening van de tentoonstelling, op 17 april, werd
verzorgd door museumdirecteur Johan van der Pol en verzamelaar Serjoscha
Vierstraete. Een deel van Vierstraete’s indrukwekkende collectie is in het
museum te bewonderen en vormt een belangrijk onderdeel van de expositie.
Ook aan jonge bezoekers is gedacht. In een speciaal
ingerichte speelhoek kunnen kinderen zelf aan de slag met Playmobil en hun
fantasie de vrije loop laten. Daarmee sluit de tentoonstelling niet alleen aan
bij nostalgie, maar ook bij de huidige generatie spelers.
Deze speelse wisseltentoonstelling is tot stand gekomen in
samenwerking met Connect to Smile, een vereniging van enthousiaste
Playmobil-liefhebbers.
Van idee tot wereldsucces
Playmobil zag in 1974 het levenslicht als product van het
Duitse bedrijf Geobra Brandstätter, met het hoofdkantoor in Zirndorf. Het
concept ontstond enkele jaren eerder, toen ondernemer Horst Brandstätter zijn
ontwikkelaar Hans Beck de opdracht gaf een nieuw speelsysteem te bedenken.
Beck ontwierp de iconische figuurtjes van 7,5 centimeter
hoog, geïnspireerd op klassieke tinnen soldaatjes en het spelgedrag van
kinderen. De eenvoudige, lachende gezichtjes – zonder neus – en de beperkte
maar doordachte bewegingsmogelijkheden maakten het speelgoed toegankelijk en
herkenbaar.
De timing van de introductie bleek cruciaal. Door de
oliecrisis werd groot plastic speelgoed duurder, waardoor de kleinere,
efficiënter geproduceerde Playmobil-figuren aantrekkelijk werden. Hoewel de
eerste presentatie op de speelgoedbeurs in Neurenberg nog weinig enthousiasme
opriep, volgde al snel een grote bestelling uit Nederland – het begin van een
internationaal succes.
Steeds nieuwe werelden
Vanaf het begin draaide Playmobil om thema’s. De eerste sets
bestonden uit indianen, ridders en bouwvakkers, maar al snel volgden
uitbreidingen zoals politie, brandweer en westernwerelden met complete dorpen
en forten. Met de introductie van modulaire bouwsystemen in de late jaren
zeventig konden kinderen zelf kastelen en steden samenstellen, een concept dat
nog altijd populair is.
Ook de diversiteit van de figuren groeide mee met de tijd.
In 1976 verschenen de eerste vrouwelijke personages, gevolgd door figuren met
verschillende huidskleuren. Later kwamen er kinderen, baby’s en zelfs speciale
lijnen voor peuters, zoals Playmobil 1.2.3.
Massaproductie met oog voor detail
Inmiddels zijn er miljarden Playmobil-figuren geproduceerd,
verspreid over productielocaties in onder andere Duitsland, Malta, Spanje en
Tsjechië. De figuren worden gemaakt van ABS-kunststof, dat onder hoge druk in
mallen wordt gespoten. Alleen al in de fabriek in Dietenhofen wordt jaarlijks
zo’n 17.000 ton materiaal verwerkt.
Wat begon als een bescheiden idee, groeide uit tot een
wereldwijd speelgoedimperium. De tentoonstelling in Bennekom laat zien waarom:
Playmobil weet al vijftig jaar lang kleine werelden te creëren waarin groot
plezier centraal staat.
In deze video vertellen Henny Hendriks en Johan van de Pol
van het Kijk en Luistermuseum meer over Playmobil en over deze tentoonstelling: