Vanaf 12 april is in het Nederlands Openluchtmuseum de
Molukse Barak weer te bezoeken na een uitgebreide restauratie en herinrichting.
In nauwe samenwerking met nazaten van de Molukse gezinnen
die tussen 1954 en 1962 in barakkenkamp Lage Mierde woonden na hun komst uit de
Molukken, worden persoonlijke verhalen verteld aan de hand van vier thema’s:
Politiek & Herkomst, Traditie, Geloof en Verbinding.
De bezoeker ervaart de geschiedenis van de Molukkers in
Nederland vanuit meerdere perspectieven: vanuit verschillende generaties,
vanuit collectieve en persoonlijke verhalen, vanuit de blik van toen en nu. Op
basis van nieuw beeldmateriaal konden de diorama’s in de barak na de
herinrichting nog authentieker ingericht worden dan voorheen. De koloniale
geschiedenis van Nederland en de Molukken komt in de nieuwe presentatie ook aan
bod.
Openluchtmuseum
Woonoord Lage Mierde - Belijdenis - familie Riry
Sterke identiteit
Foto’s, videofragmenten, objecten, documenten en interviews met acht nazaten
(Sharnila, Joey, Shalissa, Nadine, Helène, Djino, Enseline en Jany) van
bewoners laten het leven in de barak zien tussen ’54 en ’62 en geven een beeld
van de huidige Molukse gemeenschap: homogeen maar ook divers, met een sterke
identiteit en een hechte sociale structuur. Deze nazaten namen in de afgelopen
periode samen met het Openluchtmuseum deel aan een intensief
participatieproject. De Molukse barak staat in het Openluchtmuseum sinds 2003.
Reden voor de vernieuwing was het feit dat de inrichting van de barak en het
verhaal dat daar werd verteld intussen verouderd waren.
Hechte
banden
De barak uit 1939 was onderdeel van woonoord Lage Mierde (Noord-Brabant).
Achttien Molukse gezinnen van voormalige KNIL-militairen woonden daar dicht op
elkaar. Oorspronkelijk was in de barak de centrale keuken en de
beheerderswoning gevestigd. Aan de hand van de vier genoemde thema’s wordt het
leven van de gezinnen belicht, hun komst naar Nederland, de hechte banden
binnen de Molukse gemeenschap, het belang van het geloof, de hoop op terugkeer
naar een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken en het uiteindelijke
vertrek uit de barak naar nieuwe Molukse wijken zoals in Wormerveer
Warm eten
Woonoord Lage Mierde bestond uit een centrale barak, woonbarakken, pomphuis,
magazijn en wasgelegenheden. De meeste gebouwen werden in de loop van de tijd
afgebroken. In 2001 resteerde zo alleen nog de centrale barak. In de barak in
het Openluchtmuseum ziet de bezoeker, naast de vernieuwde presentatie, onder
meer de centrale keuken, waar Molukkers hun warme eten konden ophalen en de
woning van de Nederlandse kampbeheerder.
Heimwee
In 1951 stuurde de Nederlandse regering Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen
per dienstorder naar Nederland. In totaal werden ruim 12.000 mensen
overgebracht naar barakkenkampen zoals het woonoord in Lage Mierde. Tijdelijk,
was de bedoeling. De heimwee was groot – de koffers naast de bedden deden
dienst als kledingkast, maar lieten ook zien dat de bewoners klaar waren om elk
moment weer naar huis te gaan. Maar voor de meesten kwam dat moment nooit. De
regering had een eigen Molukse staat beloofd, maar brak die belofte.