
De thuishulp van onze kennis is een vrolijke vrouw. Als je haar tegenkomt groet ze altijd. Zelf heb ik me er wel eens over verbaast dat ze me herkent.
Column door juffrouw Raadgever
Het is nog maar een paar keer gebeurt dat ik haar toevallig bij een kennis van me tegenkwam. Ik zal het haar toch eens vragen. Laatst, toen ik even iets bij onze kennis langs wilde brengen, was ze er ook. Nu weet ik dat ik altijd binnengevraagd word, en hou er dus al rekening mee. En, ja hoor; “Kom erin, de koffie is bruin.” Op gepaste afstand zitten we even later in haar kamer. Het valt me op dat de hulp niet aanschuift voor ook een kopje koffie. De vraag brandt mij dan ook op de tong, waarom niet. Dan blijkt dat de thuishulp geen koffie of thee bij de cliënten mág drinken. In haar tas heeft ze een flesje water voor het geval dat ze dorst krijgt tijdens het werk. Hoe anders was dat vroeger vertelt de kennis. “Ik was zelf gezingsverzorgster. Een echte met een speld en een diploma.” Er tintelt een lichtje in haar ogen als haar gedachten naar die tijd teruggaan. “Wij kregen voor een bepaalde tijd of per dag één adres toegewezen. Ik weet nog dat ik een halfjaar bij één echtpaar was. Dat lijkt nu een luxe. Tegenwoordig moeten de hulpen, zeker die in de ouderenzorg werken, soms naar drie of vier verschillende adressen op één dag. Moet jij je voorstellen: Aan het einde van de dag heb je alles in viervoud schoongemaakt. Sommige ouderen kijken ernaar uit dat de hulp komt. Even wat anders in huis dan de stilte die er over het algemeen is. Ze hebben behoefte aan een beetje aandacht en even samen een kopje koffie of thee. Maar helaas de hulp moet er even flink tegenaan want ze hebben maar anderhalf tot twee uur de tijd voor ze weer moeten vertrekken naar de volgende. Het kwartiertje overbrugging moeten ze ook nog benutten door een tussendoortje of de lunch te nemen. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar mij geeft het een heel onprettig gevoel,” besluit ze. Dan komt de vrouw de kamer in lopen.
Samen kunnen we haar overhalen om toch even te gaan zitten. Op het puntje van de stoel drinkt ze gehaast. Op onze vraag of dit niet anders kan zegt ze dat ze er inmiddels aan gewend is. Maar hoe dan. Voelt ze zich dan niet opgejaagd? Had ze zich het dan niet anders voorgesteld. En dan komt de aap uit de mouw. Ze zijn interieurverzorgsters en geen gezelschapsdames. Zelf heeft ze ook al vaak gemerkt dat bij veel adressen de verwachting ook die van een beetje gezelligheid is. Verschillende cliënten wonen alleen en krijgen weinig of geen bezoek. Het komt niet zelden voor dat zij de enige persoon is die ze per week zien. Graag zou ze wat meer aandacht aan die cliënten willen besteden en eerlijk, vaak neemt ze wel even de tijd om even naar ze te luisteren. Mijn kennis vraagt of ze dan ook zo op de wip zit, wijzend naar de manier waarop de hulp op het puntje van de stoel zit. Nog even en ze glijdt eraf. Op mijn vraag of ze niet vreselijk moe is aan het einde van de dag, vertelt ze dat het wel meevalt. Zij heeft inmiddels zoveel ervaring dat ze niet bij elke cliënt hetzelfde doet. Zij heeft het zo verdeeld dat ze aan het eind van twee maanden bij elk adres de belangrijkste werkzaamheden heeft gedaan. Dus de ramen worden regelmatig gezeemd. Het afstoffen op de hoge kasten ook. Wel wordt elke week het toilet en de douche gedaan. Voor een extra schoonmaak beurt heeft ze ook dat verdeeld. Maar nu moet ze toch echt weer aan de slag anders raakt ze achter op haar schema. Ze staat op en brengt haar kopje naar de keuken en is verdwenen. Nee, het is niet netjes om over iemand te praten achter haar rug om. En toch, wij hebben veel bewondering voor deze vrouw en ook haar collega’s. Wat verzetten die dames een hoop werk. Wel vinden we het jammer dat ze zo weinig tijd hebben voor wat aandacht, alhoewel we wel begrepen hebben dat de dames hun eigenplan heus wel trekken. Met een knipoog naar de werkgever; regels zijn erom zo nu en dan om te worden overtreden. Tenminste als het van toegevoegde waarde is. En dat blijkt want veel van de thuishulpen melden zich jaar na jaar op dezelfde adressen. En dan is meer dan zes jaar geen uitzondering. Bedankt thuishulpen voor alle hulp. En nu zelfs met een groot handicap, het mondkapje en anderhalve meter afstand en steeds de vraag, je bent toch niet ziek hé? O, ja nu ik de kans kreeg heb ik ook even gevraagd hoe ze me toch altijd herkend. Het blijkt mijn bril te zijn die nogal opvalt. Dus misschien moet ik eens van bril te wisselen. We gaan het uitproberen.
Met vriendelijke groet juffrouw Raadgever