Week van het Jonge Kind

Foto: DOL FIJN

Bij DOL FIJN doen we mee met de Week van het Jonge Kind

De Week van het Jonge Kind is er van 8 tot en met 12 april in deze week wordt er extra aandacht gegeven aan het jonge kind, het thema is ‘Gezondheid van het jonge kind’. We dagen jullie uit om elke dag een activiteit te doen met de kinderen rondom gezonde voeding en beweging. Om het jullie makkelijk te maken hebben we voor iedere dag alvast wat leuke en eenvoudige activiteiten op een rij gezet. Natuurlijk kun je schuiven in de planning of andere activiteiten bedenken.

Laat de kinderen ontdekken hoe lekker gezonde voeding is en hoe leuk het is om samen te bewegen! Veel plezier

Dinsdag

 

Eetspelletjes

Groente/fruittikkertje

Wat heb je nodig:

§  Ruimte om te rennen  

 

Wat voor soorten rode, groene en paarse groenten en fruit bestaan er allemaal? Voordat het spel begint kiezen de kinderen een kleur (bv. oranje). De kinderen spelen tikkertje. Wordt er iemand getikt, dan moet hij een groente of fruit met die kleur noemen. Is het goed, dan mag het kind weer meedoen, is het fout dan gaat hij een minuut op de bank zitten en mag daarna weer meedoen.

Kies telkens een nieuwe tikker en een andere kleur

Variant: word je bijna getikt, ga dan snel met je handen op je hoofd staan en noem een fruit of groente van de afgesproken kleur. Je bent veilig en mag niet getikt worden! Na twintig tellen moet je weer verder rennen en kun je weer getikt worden.

 

Blind proeven

Wat heb je nodig:

§  Blinddoeken

§  Lepels

§  Bordjes of schaaltjes

§  Verschillende hapjes om te proeven, zoals banaan, yoghurt, gember, citroen, gekookte spruitjes, ….

 

Het is best griezelig om iets in je mond te steken als je het niet ziet. Bij dit spel worden de ‘proefpersonen’  geblinddoekt. Geef vijf hapjes met heel verschillende structuren en smaken. Het hoeft niet alleen maar lekker of bekend te zijn. Kinderen zullen het juist spannend vinden als ze iets proeven wat ze niet lekker vinden of niet herkennen. Neem bijvoorbeeld banaan, yoghurt, gember, citroen en een gekookt spruitje (let wel goed op allergieën en intoleranties!). Je mag ruiken, voelen en proeven en vervolgens raden wat het is. Wie weet het? Proeft het anders met je neus dicht?

 

Appeltje/eitje

Wat heb je nodig:

§  2 lepels

§  2 aardappels / gekookte eieren

§  Materialen om een hindernisbaan mee uit te zetten, zoals pionnen, …

 

Zet een hindernisbaan uit waar kinderen overheen moeten met een (aard)appel of gekookt ei op een lepel. Ze mogen de lepel alleen bij de steel vasthouden en de (aard)appel of het ei niet aanraken. Valt hij op de grond? Dan begin je weer bij start.

Variatie: de steel van de lepel in je mond houden i.p.v. je hand.

Woensdag

Koken  en bakken met gezonde recepten

 

Zoek een lekker en gezond recept uit en ga met de kinderen aan de slag!

Kijkt in kookboeken of zoek op internet voor eenvoudige recepten. Kijk voor inspiratie bijvoorbeeld op:

 

 

 

 

En daarna natuurlijk samen (met de ouders) proeven van het resultaat!

Donderdag

 

Beweegactiviteiten

Organiseer een spel- en sportmiddag op de BSO. Dat is zo geregeld met  simpele activiteiten  om samen lekker te bewegen en lol te maken! Denk bijvoorbeeld aan:

Elastieken

Wat heb je nodig:

  • elastiek van ongeveer drie á vier meter, de uiteinden aan elkaar vastgeknoopt

 

Twee kinderen gaan tegenover elkaar staan. En doen het elastiek rond hun enkels. Zo wordt het elastiek aangespannen. De andere kinderen springen om de beurt figuren in het elastiek.

 

Wat kun je allemaal doen met een elastiek?

  • Je begint met je ene been tussen de touwen. En het andere been erbuiten. Je zegt E-LA-STIE-KEN. Bij E spring je over. Dus je andere been tussen de touwen en de ene erbuiten aan de andere kant. Dat herhaal je drie keer: E-LA-STIE-KEN, E-LA-STIE-KEN, E-LA-STIE-KEN.
  • Je springt met beide benen IN het touw.
  • Je springt met beide benen BUITEN het touw.
  • Je springt met beide voeten OP het touw (allebei op één kant).
  • Je maakt een halve draai: je voeten staan aan beide kanten buiten het elastiek. Maak een halve draai met je voeten. Op deze manier draait het elastiek mee. Je springt uit het touw aan de kant waar je met je gezicht naar toe staat.

 

Moeilijker maken:

In het begin zit het elastiek bij de kinderen om de enkels. Op ongeveer schouderbreedte. Het elastiek kan steeds een stukje hoger. Halverwege het onderbeen, op kniehoogte, halverwege je bovenbeen. In plaats van schouderbreedte kun je ook je benen steeds wijder zetten. Zodat het elastiek steeds verder uit elkaar ligt.

 

Stoeien en ravotten

Wat heb je nodig:

  • eventueel een zachte ondergrond
  • bal

 

Er zijn verschillende manieren om te stoeien. Spreek van tevoren goed af wat wel en niet mag. En wanneer je moet stoppen. Bijvoorbeeld als iets pijn doet. Verschillende varianten zijn:

  • Grondvechten: ga op je knieën tegenover elkaar zitten. En probeer elkaar om te duwen. Wie komt er als eerste bovenop? Je mag niet gaan staan!
  • Hier die bal: één van beide spelers heeft een bal vast. De ander probeert de bal te pakken te krijgen.
  • Wentelteefje: één kind ligt gestrekt en plat op zijn rug. De ander probeert hem om te draaien. Het kind dat op de grond ligt, mag zijn armen niet gebruiken.

 

Flessenvoetbal

Wat heb je nodig

  • lege plastic (frisdrank)flessen (voor ieder kind dat

meedoet één

  • (voet)bal

 

Vul  de flessen met water, doe er geen dop op.. Iedereen zet zijn fles water op de grond. Als je met een groep kinderen bent, maak dan een cirkel. Als je samen bent, kun je de flessen tegenover elkaar zetten.

Nu ga je voetballen. Je probeert met de bal de fles van de ander om te schoppen. Als de fles omvalt, loopt het water eruit. Dus zet hem snel weer rechtop! Heeft jouw fles als laatste nog water erin? Dan heb je gewonnen!

Je kunt ook tegenover elkaar gaan staan en proberen de fles met de bal om te gooien

 

Vlaggenroof

Wat heb je nodig:

  • 2 vlaggen of 2 stokken met meerdere linten

 

De spelers worden verdeeld in twee gelijke groepen. Wijs twee gebieden aan. In deze gebieden ben je vrij en kan je niet getikt worden. Beide groepen verstoppen hun eigen vlag in hun gebied. De opdracht is simpel. Verover de vlag van een andere groep en verdedig je eigen vlag door de tegenstanders af te tikken. Als je bent afgetikt, moet je eerst weer terug naar je eigen gebied.

Het spel is afgelopen als de vlag van de tegenstander is geroofd en naar het eigen gebied is meegenomen.

Als het een beetje tegenzit, is de vlag binnen een paar minuten gevonden. Je kunt het spel langer laten duren door de vlag uit linten te laten bestaan. Maak tien linten vast aan een stok. Per keer mag er maar één lint meegenomen worden. De groep die als eerste een kale stok overhoudt, heeft verloren.

 

Estafette

Wat heb je nodig?

  • Een lijn om vanaf te starten en een pion of iets dergelijks om punt B aan te geven.
  • Per variant heb je evenveel attributen nodig als dat er estafettegroepjes zijn.

 

Markeer het startpunt (punt A) en het punt waar je naartoe moet rennen of lopen (punt B).

Bedenk eerst wat je wilt doen. Spreek dit goed met z’n allen af.  Maak dan twee rijen. In iedere rij staan evenveel kinderen.

De voorste van iedere groep mag beginnen. Zorg dat beide groepen tegelijk starten. Je rent dan naar punt B en snel weer terug. Je tikt zo snel mogelijk de volgende in de rij aan. Die rent ook weer zo snel mogelijk naar punt B en terug, enzovoorts. Ben je geweest? Ga dan snel zitten. Zo zie je goed wie er als eerste klaar is.

 

Je kunt het lastiger maken door bijvoorbeeld achteruit te lopen, te hinkelen, te springtouwen, te lopen met drie ballen in je handen die je door moet geven zonder ze te laten vallen, te lopen met een ballon tussen je knieën geklemd, enz. Je kunt ook hindernissen bedenken tussen punt A en punt B zoals een doek om onderdoor te kruipen, een bank of stoel om overheen te kruipen, een tafel om onderdoor te kruipen, een kruiptunnel, enz.

 

Het wordt nog leuker met een verkleedopdracht: bij punt B heb je verkleedspullen klaar staan. De eerste rent naar punt B en zet bijvoorbeeld een pruik op. Je rent dan snel terug en geeft de pruik door aan de tweede in de rij die de pruik op zet. Die rent naar punt B en zet daar een hoed op. De derde neemt de pruik en de hoed over en trekt bij punt B een jas aan.

Zo kun je nog veel meer dingen verzinnen. Als je met een klein groepje bent, kun je natuurlijk allemaal twee of drie keer aan de beurt komen.

Vrijdag

 

Kletspot

 

Maak een eigen ‘kletspot’ voor jullie BSO:  Ieder kind en elke pm’er mag meerdere vragen rondom eten & drinken en bewegen op de BSO opschrijven. Elke vraag mag op een apart papiertje.

 

Je kunt denken aan vragen als:

  • wat vind jij van het eten en drinken op de BSO?
  • Wat vind je lekker en wat niet?
  • Vind je het gezellig tijdens het eten en drinken op de BSO?
  • Is er iets dat je graag anders zou willen?
  • Wat voor sport vind je leuk?
  • Welke sport / beweegactiviteiten zou je graag op de BSO willen doen?

Het liefst open vragen (vragen waar je geen ja of nee op kunt antwoorden)

 

Stop alle papiertjes met de vragen in de pot en plak er de tekst BSO-kletspot op.

Trek een vraag uit en praat erover met elkaar. Luister naar elkaar en vraag door, leg uit. Neem de  (onderliggende) ideeën van de kinderen serieus en zoek samen naar acceptabele oplossingen.

 

Een mooie vorm van kinderparticipatie! Natuurlijk is de kletspot ook goed te gebruiken voor andere onderwerpen, zoals regels en afspraken bij de BSO, activiteitenaanbod, spelmateriaal, inrichting, thema’s e.d..

 

 

 

 

 

 

'

Reacties

article
21452
Bij DOL FIJN doen we mee met de ‘Week van het Jonge Kind‘ De Week
https://barneveld.nieuws.nl/zorg/21452/week-van-het-jonge-kind/
2019-04-09T09:48:51+01:00
https://cdn.nieuws.nl/media/sites/27/2019/04/09094835/56517151_2132547953487688_4336997918973100032_n.jpg
barneveld DOL FIJN, week van het jonge kind
Achtergrond, Kunst & cultuur, Lokaal, Nieuws, Zakelijk, Zorg