Schriftelijke vragen van Barneveldse VVD over uitstel sloop en vertraging Milieustraat Otelaar

25 jun , 15:31Nieuws
vvd vs gem barneveld
VVD Barneveld
De fractie van de Barneveldse VVD stelt, op grond van artikel 41 van de Organisatieverordening van de gemeenteraad, schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders naar aanleiding van collegebericht 2026-011 over het uitstel van de sloop van de milieustraat Otelaar en de daarmee samenhangende vertraging van de bouw van de milieustraat.
Uit het collegebericht blijkt dat in 2022 onderzoek is uitgevoerd naar beschermde diersoorten, waarbij dwergvleermuizen zijn aangetroffen en destijds mitigerende maatregelen zijn genomen.
Bij de door de gemeente ingediende sloopmelding is vervolgens door de Omgevingsdienst de Vallei (OddV) vastgesteld dat een noodzakelijke provinciale vergunning ontbreekt, waardoor de sloop niet kan starten. De provincie heeft bevestigd aan het college dat zonder deze vergunning niet tot uitvoering kan worden overgegaan.
De fractie van de Barneveldse VVD is onaangenaam verrast door dit bericht van het college. Van het college mag worden verwacht dat bij de voorbereiding van degelijke projecten alle noodzakelijke vergunningen tijdig worden geregeld en geborgd. In dit geval wordt de raad in de uitvoeringsfase geconfronteerd met het ontbreken van een juridisch noodzakelijke provinciale vergunning, ondanks de voorbereiding van de afgelopen jaren. Dit roept serieuze vragen op over de wijze waarop het college dergelijke projecten voorbereidt en de vergunningverlening organiseert.
Zodoende stelt de fractie van de Barneveldse VVD de volgende vragen aan het college:
1. Hoe is het mogelijk dat het college in de voorbereiding van de afgelopen jaren voor de sloop en herontwikkeling van de milieustraat Otelaar niet heeft geborgd dat alle benodigde vergunningen tijdig waren aangevraagd en verkregen?
2. Is in de voorbereiding van de sloop en herontwikkeling van de milieustraat Otelaar een volledige inventarisatie gemaakt van alle benodigde vergunningen en toestemmingen, en
hoe is het mogelijk dat de noodzakelijke provinciale vergunning daarbij niet is onderkend en meegenomen? Op welk moment in het proces is dit gemist of niet geborgd?
3. Wat zijn de financiële gevolgen van het uitstel van de sloop en de vertraging van de bouw van de milieustraat, bijvoorbeeld ten aanzien van extra (onderzoeks)kosten en indexatie? Is het college bereid de raad hierover voorafgaand aan de behandeling van de programmabegroting via een raadsinformatiebrief te informeren, zodat de raad dit tijdig en integraal kan betrekken bij de begrotings-/investeringsafwegingen?
4. Kan het college aangeven of de huidige milieustraat Otelaar tot het moment waarop de benodigde vergunning rond is tijdelijk weer volledig kan worden opengesteld voor inwoners zonder tijdsloten (de ‘oude’ situatie zoals inwoners die gewend waren op de milieustraat Otelaar), en dat vervolgens, zodra de benodigde vergunning rond is en de sloop start, de tijdelijke milieustraat in gebruik wordt genomen met tijdsloten?
5. Welke lessen trekt het college om te voorkomen dat dit soort tekortkomingen in vergunningen- en voorbereidingstrajecten bij toekomstige projecten opnieuw kunnen ontstaan?
Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,
Namens de fractie van de Barneveldse VVD,
Gerben Evers
Raadslid
loading

Loading articles...

Loading