De gemeente Barneveld heeft vorig jaar besloten om € 3 miljoen (ca. 1,5% van de gemeentebegroting) te besparen in de gemeentebegroting vanaf 2026 en deze in te zetten als financiering voor de nodige extra investeringen.
De Rijksuitgaven voor gemeenten gaan naar beneden en kosten nemen toe. Ondanks dat de gemeente Barneveld een goede financiële uitgangspositie heeft, kunnen we niet zonder ombuigingen/besparingen investeren in verdere verantwoorde groei.
Zoals afgesproken met de gemeenteraad heeft het college na een zorgvuldig participatieproces met de samenleving, gekozen voor een besparingspakket aan maatregelen. Het college heeft eerder besloten en met de raad afgesproken om € 3 miljoen te besparen. Het college constateert dat er € 0,5 miljoen extra besparingsruimte mogelijk is. Deze extra ruimte kan eventueel betrokken worden bij de behandeling van de Kadernota 2026-2029.
Wethouder Oosterwijk: “Wij begrijpen heel goed dat de maatregelen impact hebben en dat deze ook pijn kunnen doen. Toch zijn structurele besparingen noodzakelijk. We bezuinigen met als doel om dat geld te investeren in de samenleving zelf. We geven het geld, op een andere manier, terug aan diezelfde samenleving.”
Uitkomsten participatie
Er heeft participatie plaatsgevonden middels het inwonerspanel en via (persoonlijke) gesprekken met direct betrokkenen in de samenleving. Na de gehouden participatie is het pakket aan besparingsmaatregelen opnieuw gewogen.
Met direct betrokkenen
Uit de participatie blijkt dat de besparingsmaatregelen impact hebben op direct betrokkenen en de samenleving. Uit de participatie komt naar voren dat de door het college vooraf gemaakte inschatting van de impact relatief weinig afwijkt van de impact, zoals die door de direct betrokkenen wordt gezien. Deze impact was fors en wordt ook als zodanig herkend. Er zijn veel alternatieve besparingsmaatregelen aangedragen. Deze zullen betrokken worden bij de verdere uitwerking van de besparingsmaatregelen. Zij kunnen mogelijk helpen om de negatieve impact van de maatregelen te verminderen. Wel kiest het college voor geleidelijke ‘ingroei’ om besparingen de komende jaren stapsgewijs in te voeren. In de gesprekken is benoemd dat geleidelijke ingroei nodig is om alternatieve maatregelen te treffen en om mogelijke personele gevolgen op te vangen. Daar willen we gehoor aan geven.
Inwonerspanel Barneveld
Aan het inwonerspanel hebben 483 deelnemers meegedaan. Dat is 56% van de leden van het Inwonerspanel Barneveld. De hoofdlijn uit dit onderzoek is dat met name besparingsmogelijkheden worden gezien m.b.t. gemeentelijke dienstverlening (anders werken, digitalisering), besparen op inhuur, minder regels, inzetten op verduurzamen en meer hulp vragen aan inwoners, bijvoorbeeld bij het groenonderhoud. Waarop bespaard zou mogen worden, zijn de terreinen cultuur, sport/recreatie en evenementen. Met name de sociale voorzieningen (onderwijs, armoede) en veiligheid zouden moeten worden ontzien. Vanuit het inwonerspanel worden de verwachte effecten herkend. Ook wordt vanuit het inwonerspanel een aantal potentiële maatregelen geopperd, die aansluiten op mogelijke besparingsmogelijkheden voor de lange(re) termijn. Zo worden digitalisering en het meer gebruik maken van kunstmatige intelligentie expliciet benoemd. Ook geven inwoners aan dat de gemeente kan besparen door meer beroep te doen op inwoners bij bijvoorbeeld het groenonderhoud.
Hoe zijn de besparingsmaatregelen tot stand gekomen?
Om te komen tot een evenwichtig pakket aan maatregelen is door het college zorgvuldig een eerste set aan voorstellen gemaakt en is vanuit verschillende invalshoeken gekeken. Ook zijn nadrukkelijk besparingsmaatregelen binnen de gemeentelijke organisatie in beeld, waardoor niet alle besparingen directe impact op de samenleving hebben. Het college hecht eraan dat besparingen financieel (relatief) evenwichtig verdeeld zijn. Ook de impact van de maatregelen moet zo eerlijk mogelijk verdeeld worden. Voorkomen moet worden dat bepaalde inwoners(groepen), bedrijven of maatschappelijke instellingen onevenredig hard geraakt worden door de maatregelen. Er is beoordeeld of de voorgestelde maatregelen niet alleen op korte termijn, maar ook op langere termijn financieel verstandig zijn. En is geïnventariseerd hoe deze maatregelen zich verhouden met eerder gemaakte bestuurlijke keuzes (uitzonderingen en motie(s) van de raad).
Hoe nu verder?
De besparingsvoorstellen van het college worden aan de gemeenteraad aangeboden. Op 1 april wordt hierover in de commissie bestuur en op 17 april in de gemeenteraad gesproken. De raad krijgt zo de gelegenheid tot het formuleren van wensen en bedenkingen. De eventuele wensen en bedenkingen worden door het college betrokken bij het definitief vast te stellen besparingspakket. Dit pakket maakt deel uit van de Kadernota 2026-2029, waarover de gemeenteraad op 9 juli besluit.