
Een warm nest. Wie een warm nest heeft, mag ervaren dat er liefdevolle relaties worden gebouwd en onderhouden. Dan wordt er zorg gedragen voor elkaar. In zo’n omgeving mag je spelen en stoeien, dromen en doen, fantaseren en filosoferen. Je vindt er een plek om stil te staan, tot rust te komen en wordt er bemoedigd om verder te gaan. Fouten worden niet toegedekt maar wel begrepen. Je mag er leren en afleren. Je ontdekt er de waarde van luisteren maar ook van vertellen. In zo’n warm nest zorgt de positieve sfeer voor vertrouwen en wordt de keukentafel het levende symbool voor ontmoeten, samen eten en praten. De kinderpsychiater Peter Adriaenssens schreef er een boek over: “De kunst van het nestelen”. Kinderen een warm nest bieden in hun opvoeding geeft hen een veilige omgeving om te ontdekken, te experimenteren en zich dus te ontwikkelen. Uit onderzoek blijkt dat een warm nest kinderen nieuwsgierig maakt en helpt om met meer (zelf)vertrouwen in de wereld te staan. Je wordt er zelfstandiger door maar ook socialer, meer samenwerkingsbereid en geeft minder snel op.
De kunst van het nestelen. Als je dat zo leest, wil je eigenlijk dat iedereen die kunst zou verstaan. Maar niet iedereen is zo’n kunstenaar bij wie dit talent ontspruit als de knoppen aan de bomen in de lente om de kaalheid te transformeren in een groen bladerdek. Toch hebben we allemaal behoefte aan een “warm nest”. Alleen die behoefte al kan ons de energie geven om iets van die warmte aan elkaar te geven. En net zoals met kunst is dat misschien de eerste streep op het doek van de kunstenaar. Elk nest begint met een eerste takje om het dan takje voor takje verder op te bouwen en af te bouwen met gras, mos en allerlei klein spul. Zo worden er vele verschillende nesten gebouwd van groot tot klein en van heel precies tot een klein kaal kuiltje in het zand. Warm wordt echter ieder nest pas van dat warme vogellijf dat de eieren liefdevol bebroedt. Ook van de vogels valt te leren.
Loading articles...
Loading





