Eens in de vier jaar wordt gestreden om ‘goud’. Voor alle
sportliefhebbers breekt een geweldige tijd aan, want de 25e Olympische
Winterspelen zijn in aantocht. Met meer dan 3.500 atleten uit ongeveer 200
verschillende landen. Noord-Italië, de steden Milaan en Cortina d’Ampezzo zijn
de komende weken het decor van zwierende kunstschaatsers, razendsnelle
skeletons, stoere snowboarders en natuurlijk onze eigen schaatshelden.
TUSSEN EN OP DE LATTEN
Zelf heb ik wel wat met sport. In mijn jeugd stond ik elk
weekend ‘tussen de latten’. Op het voetbalveld, als keeper bij Excelsior
Pernis. Samen met mijn broers speelde ik op enig moment in het eerste elftal.
Dat was een leuke tijd.
Vandaag de dag beleef ik nog steeds enorm veel plezier, maar
dan vooral ‘op de latten’ (om van de skipiste af te gaan). Heerlijk het gevoel
van vrijheid, de prachtige bergen, lekker buiten en in beweging te zijn.
Sporten geeft energie en maakt blij. Het daagt je uit om grenzen te verleggen.
Al laat sport je soms struikelen. Krijg je met teleurstellingen te maken. En
ook daar leer je van; namelijk respect hebben voor de prestatie van de ander.
En (hoe moeilijk ook) de realiteit onder ogen te zien… dat je soms simpelweg
het nakijken hebt.
PINK PONG
Dat laatste heb ik ervaren toen ik deelnam aan een Jeugd
Olympiade in Polen. Met een groep jongeren gingen we daar naartoe. Uiteraard na
een goede voorbereiding op allerlei soorten sport. Van volleybal tot tennis. En
van atletiek tot schaken. Alleen… had ik net daarvoor mijn pink gebroken met
voetballen. Niet ideaal, maar ik wilde er het allerbeste van maken. Hardlopen
ging nog wel prima. Tafeltennis was al lastiger en werd meer ‘pink zonder
pong’. De schoolslag en borstcrawl onderdelen in het zwembad waren echter te
lastig. En al met al waren mijn scores op alle onderdelen toch iets lager dan
gehoopt. Maar goed, ik was er wel bij in Polen, meedoen wás eigenlijk mijn
medaille in een (toen) voor mij nieuw land.
VISITEKAARTJE
Bij de Olympische Spelen ligt dat natuurlijk net even
anders. Daar draait het om sportieve topprestaties, om medailles, records en
historie schrijven. Maar dat niet alleen.
De Spelen brengen mensen bijeen over landsgrenzen. Bovendien
is het een visitekaartje van een land, een visitekaartje voor de steden die het
organiseren. Mooi dat sport op deze wijze ‘verbroedert’. Je in aanraking kan
laten komen met andere culturen en mensen.
ONVERGETELIJKE FAMILIE EEND
De Olympische Spelen hebben tot nu toe slechts één keer
plaatsgevonden in Nederland. Dat waren de Zomerspelen in 1928 in Amsterdam.
Twee weken lang dompelde de hoofdstad zich onder in een
wervelend sportfestijn, goed voor zes gouden medailles voor Nederland en tal
van onvergetelijke momenten. Zoals het moment dat de Australische roeier Bobby
Pearce midden in zijn kwartfinale stopte om een eendjesfamilie over te laten
steken. Een ‘roeier met een groot hart’ — en ook nog eens een gouden, want hij
won de race alsnog.
EI-GENLIJK GOUD
Tijdens de Spelen in 1928 liet ook Barneveld op geheel eigen
wijze van zich horen. Ons dorp wist zich destijds internationaal op de kaart te
zetten als hét kippendorp. Geen sprint, geen slalom, geen marathon… maar een
promotiecampagne met vleugels. Boekjes in vijf talen, enorme aandacht en
miljoenen verhandelde eieren later was Barneveld definitief geland. Je zou
kunnen zeggen: waar anderen medailles wonnen, scoorde Barneveld ei-genlijk
gewoon goud.
ONVERGETELIJKE INDRUK
Sport verbindt — of het nu gaat om eendjes,
eierpromotie of meedoen met een gebroken pink.
Het gaat om grenzen verleggen, mensen bij elkaar brengen, te
genieten van bijzondere prestaties en het achterlaten van een onvergetelijke
indruk voor járen. Prachtig toch! Ik zou zeggen: ‘Let the Games begin!’
Column Burgemeester Jacco van der Tak